(nl) Cuba, Geschiedenis, interview met Octavio Alberola [en]

a-infos-nl op ainfos.ca a-infos-nl op ainfos.ca
Vr Apr 16 06:12:27 CEST 2010


Interview met de Spaanse libertaire militant en veteraan van de anti-Franco strijd Octavio 
Alberola over de anarchistische houding tegenover Cuba, oorspronkelijk in 2004 
gepubliceerd in het Venezolaanse maandblad El Libertario. ---- Octavio Alberola is op dit 
moment onder andere de drijvende kracht achter de GALSIC (Ondersteunende Groep voor 
Libertairen en Onafhankelijke Vakbondsleden in Cuba), een ondersteuning en informatie 
netwerk dat, samen met de Cubaanse Libertaire Beweging in Ballingschap (MLCE), de excessen 
van Fidel Castro's dictatuur met veel gezichten vanuit een anarchistisch standpunt 
verwerpt. ---- El Libertario: Wat zijn de bezwaren van het anarchisme tegen de zogenaamde 
Cubaanse revolutie? ---- Octavio Alberola: In essentie is dat dat het helemaal geen 
sociale revolutie is, maar een semantisch spel om diens ware essentie en de werkelijkheid 
van een populistische dictatuur te verbergen.

Natuurlijk is er de kwestie van het gebrek aan fundamentele mensenrechten
(vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering), die Cubanen door
een totalitaire dictatuur wordt onthouden. Anarchisten zien zulke rechten
als onvervreemdbaar.

Maar onze kritiek op het Castroisme - omdat de zogenaamde “Cubaanse
revolutie” alleen maar een totalitaire machtsopzet in dienst van Fidel
Castro is – gaat veel verder dan alleen het herstellen van deze rechten. Wij
anarchisten hebben altijd gevochten, en zullen altijd vechten, voor
menselijke bevrijding, om een einde te maken aan uitbuiting en overheersing.
Niet alleen van de ene klasse door de andere klasse, maar ook van de ene
mens door de andere mens. Het communistische ideaal dat wordt gebruikt om
vooruit te kijken naar een maatschappij met uitgebuitenen noch uitbuiters,
overheersten noch overheersers.

Als gevolg hiervan zou de revolutie de structuren die het kapitaal en de
staat toestaan uit te buiten en te heersen moeten hebben neergehaald. Een
politieke verandering die er niet in slaagt deze structuren te vernietigen
en die ze alleen maar in dienst stelt van een nieuwe sociale groep, partij
of Leider, doet niets om de uitgebuite status van de arbeider te veranderen
of de burger te bevrijden van zijn status van overheerste. Zo’n verandering
is daarom geen sociale revolutie, tenzij die term wordt begrepen als een
verandering van heersers door een staatsgreep of gewapende opstand.

En dat is wat in Cuba gebeurde. Batista’s plaats aan de macht werd door
Castro overgenomen. Behalve dat Castro, om zijn hegemonie en zijn hang naar
de macht te handhaven, een ideologische vermomming gebruikte, marxistische
“revolutie”, waarbij hij dit voorstelde als synoniem met zichzelf en vice
versa. Hij was niet de eerste die die methode toepaste. Stalin, Mao en veel
van de leiders van de dekolonisatie strijd in Azie en Afrika hadden dit voor
hem gedaan, om de macht over te nemen en die vast te houden. Aldus betekende
revolutie in Cuba ook, net als in veel van die gevallen, alleen maar het
opleggen van een totalitaire dictatuur en staatskapitalisme. Dat wil zeggen
het lot van de arbeider is te buigen en te werken. De macht en de
voorrechten worden gereserveerd voor de bureaucraten, de nieuwe
nomenklatura. Wat is waarom geen enkele van de genoemde “experimenten”
afscheid nam van de loonslavernij, repressieve agentschappen, het leger,
enz. Integendeel: een systeem van politie surveillance en een enkele partij,
een enkele vakbond, een enkele pers, enz., werd opgelegd om de bevolking
onder controle te houden en te voorkomen dat het voor zichzelf zou denken.
We bekritiseren en verwerpen de zogenaamde “Cubaanse revolutie”, omdat het
demagogische verkopen er van als dat helpt niet alleen – zoals iedere andere
instantie van hetzelfde ding – het idee van revolutie te vervormen, maar
helpt ook miljoenen uitgebuitenen in Cuba en de hele wereld de strijd voor
emancipatie op te geven. Al deze veronderstelde revoluties hebben alleen
gediend om het verlangen naar emancipatie in de arbeidersklasse te
vernietigen en het kapitalisme in stand te houden; als een systeem en als
een gegeneraliseerde vorm van individualisme. Zo veel zelfs dat de dollar de
standaard munteenheid is geworden, niet alleen in de VS, maar ook in
Rusland, China en … Cuba.

Het is waar, in Cuba werd – zoals in andere formeel communistische landen –
bijna al het privé bezit afgeschaft en alles – in ieder geval officieel –
werd staatseigendom. Maar dit maakte geen einde aan de ongelijkheid, want
degenen die de staatsmacht kregen waren in een positie om de distributie en
het overschot van de nationale rijkdom, de rijkdom die dit voortbracht en
nog steeds voortbrengt, in hun eigen voordeel te beheren. Dit was de
culminatie van het proces van kapitalistische concentratie en monopolie door
een enkel bedrijf – de staat – en (in Cuba) door het Castroisme en Fidel.
Het is alsof in de VS het bedrijf Coca Cola een monopolie zou hebben
gekregen over ieder bedrijf, over de gehele economie, en alsof de staat werd
beheerd door leidinggevenden van Coca Cola en alsof diens directeur voor
altijd aan de macht vasthield zoals Fidel heeft gedaan. VS burgers zouden
volledig afhankelijk zijn geraakt van de grillen van het bedrijf en diens
leidinggevenden; de manier waarop Cubanen afhankelijk zijn van Castro & Co.
en diens directeur, de opperbevelhebber. Zulke economische afhankelijkheid
brengt vergaande politieke en sociale afhankelijkheid met zich mee, waarbij
onvrede geen andere optie wordt gelaten dan ondergronds te gaan of de
gevangenis in te gaan. Het staatskapitalisme zet de arbeider om in een
slachtoffer van uitbuiting waarvan wordt geëist dat die uitbuiting in een
opnieuw ontworpen mode accepteert, anders wordt hij gezien als een verrader
van de Revolutie … Zo’n systeem is het paradigma van het kapitalisme, is
volledig kapitalisme.

El Libertario: Is het correct te denken dat het Cubaanse volk gevangen zit
tussen twee kampen – diens eigen regering aan de ene kant en het “VS
imperialisme” aan de andere kant? Gegeven de strategie van de “minder erge
vijand”, zouden we niet verplicht zijn in die context Fidel Castro te
steunen?

Octavio Alberola: Dat is wat zowel de VS regering als de Castro regering ons
willen laten geloven. Het feit is dat het Cubaanse volk niet in het hart van
de zorgen van een van deze twee regeringen is. Alles waar ze zich zorgen
over maken zijn hun belangen. Wat betekent: hun voorrechten en hun
voortgaande overleven.

De laatste “anti-Castro” maatregelen die door de Bush regering werden
genomen hebben dit laten zien. In essentie zegt Bush dat hij deze stappen
heeft gezet om Castro te verzwakken en “een overgang naar democratie voor
het Cubaanse volk” gemakkelijker te maken. Hoewel we allemaal weten dat hij
in het achterhoofd het winnen van stemmen heeft, ter ondersteuning van zijn
herverkiezing, onder de Cubaanse ballingen in Miami. Onder het voorwendsel
van het verdedigen van Cuba en het Cubaanse volk tegen imperialistische
agressie heeft Castro gereageerd met het verhogen van prijzen en het snijden
in rantsoenen… Als we allemaal weten dat de voornaamste slachtoffers van
Castro’s maatregelen de armste Cubanen zijn.

Gedurende meer dan veertig jaar is het Cubaanse volk door beide kanten
uitgemolken en gedurende die tijd is het Cubaanse volk de enige die lijdt
onder de gevolgen. De tragedie van het volk laat de onmenselijkheid van
beide regeringen zien: de Castro regering omdat het verantwoordelijk is voor
de exodus en de VS regering omdat het veel Cubanen heeft terug gegeven aan
de Cubaanse autoriteiten. In feite komt het de VS regering goed uit dat
Castro hard optreedt tegen degenen die proberen het eiland te verlaten en om
het Cubaanse volk onder controle te houden. Dat is wat de Yankees van andere
Latijns Amerikaanse regeringen eisen. Dus wat ons betreft wast het “mindere
kwaad” of “de mindere vijand” de zaak niet schoon. In beide gevallen hebben
we te maken met regeringen die volkeren willen onderwerpen en die ze zo veel
mogelijk uitbuiten en onderdrukken. Bush zou ook graag in staat zijn een
enkele partij op te leggen, een enkele vakbond, een enkele pers, enz.. Maar
het is, in ieder geval, aan de Cubanen om te bepalen wie van hen de “mindere
vijand” is. En het zou volledig vrij moeten zijn om hierover te beslissen.

El Libertario: Hoe zie je de rol van de anarchistische beweging in Cuba in
het gevecht tegen Batista, tegenover de “Cubaanse revolutie” en Fidel
Castro’s machtsovername? We hebben gelezen dat je zelf wat betrokken was bij
de gebeurtenissen in die tijd. Is dat waar?

Octavio Alberola: Eigenlijk was ik in Mexico toen Castro begon de guerilla
strijd en de Granma expeditie voor te bereiden en tot de omverwerping van
Batista werkte ik met de Cubaanse ballingen die tegen hem vochten. In het
bijzonder met die van de 26 Juli Beweging en het Revolutionaire Studenten
Directoraat. Ik was ook betrokken bij de lancering van het
Latijns-Amerikaanse Anti-Dictatuur Front, een paraplu voor verschillende
Latijns Amerikaanse jongeren organisaties die in Mexico in ballingschap
waren. Als gevolg van deze activiteiten kwam ik in aanraking met sommige
Cubaanse libertaire ballingen die Cuba hadden moeten verlaten vanwege hun
clandestiene activiteit tegen de Batista dictatuur.

Dus was ik in feite met de positie van de anarchistische beweging in Cuba.
Wat er gebeurde was dat er veel misverstanden waren over Fidel’s werkelijke
ambities. Zijn volgelingen probeerden hem op dat moment, zelfs toen, tot een
held te maken. Ik moest persoonlijk ingrijpen om botsingen, tussen de 26
Juli Beweging aanhangers en andere anti-Batista oppositie groepen die zich
er tegen keerden dat Castro’s leiderschap aan hen zou worden opgelegd, te
voorkomen. Ik probeerde altijd beide facties er van te overtuigen dat de
strijd tegen de dictatuur de prioriteit moest zijn, dat persoonlijke
ambities en partij ambitie minder belangrijk moesten zijn.

Dus, hoewel uiteindelijk Fidel zijn hegemonie oplegde en zijn dictatuur
gedurende zo veel jaren heeft geduurd houd ik vast aan de overtuiging dat
het onze plicht op dat moment was om te strijden tegen de Batista dictatuur
– wat we deden. Het feit dat we niet in staat bleken te zijn de
autoritaire-totalitaire verrotting in die anti-dictatuur beweging tegen te
houden daagt op geen enkele manier onze prioriteiten in die tijd uit. Het
libertaire en revolutie tij rechtvaardigde het door de ineenstorting van de
dictatuur, en het lijkt me dat het nog steeds overeind staat als
rechtvaardiging ervan. Het feit nu is dat dat inspirerende experiment in de
vroege momenten van de “Cubaanse Revolutie” – die, op sommige manieren, echt
revolutionair was, wat de reden was dat het zo veel mensen aantrok – niet is
uitgewist door het historische resultaat van de opeenvolgende dictatoriale
werkelijkheid. Vandaar het belang van het herstellen en behouden van die
herinnering.

El Libertario: In zijn boek History of Cuban Anarchism verwijst Frank
Fernandez naar de magere steun die de anarchistische beweging internationaal
gaf aan de Cubaanse libertairen, en stelt hij de richting vast die door het
Castro regime tijdens deze vroege jaren werd gekozen. Waarom denk je dat dit
zo was? En zijn de dingen nu anders?

Octavio Alberola: Het is waar dat gedurende enkele jaren bij bepaalde
sectoren en persoonlijkheden in de internationale anarchistische beweging
een blijvende illusie was dat de “barbudos” (mensen met baard)
revolutionairen met een menselijk gezicht waren. Maar de anarchistische
beweging als zodanig begon er al heel snel afstand van te nemen, en toen
Fidel’s neiging tot heldendom meer en meer duidelijk werd verwierp de
beweging het helemaal.

In 1961 nam ik samen met Victor Garcia (Germinal Garcia) deel aan een
lezingen toernee van kringen van Spaanse anarchistische ballingen in
Frankrijk en Groot Brittannië, om de totalitaire tendens in de “Cubaanse
Revolutie” bloot te leggen. Het punt was dat er op dat moment nog enig
vertrouwen was in de vaardigheid van de volksbeweging om te reageren en het
Castroisme er van te weerhouden de revolutie volledig te gijzelen. Maar het
werd al heel snel duidelijk dat Castro zichzelf had verbonden met het Sovjet
totalitaire communisme en we leerden over de vervolging van de Cubaanse
anarcho-syndicalisten.

Ik denk dat er op dit moment geen enkele anarchist op een of andere manier
soft is over de Castro dictatuur. Campagnes tegen de repressieve paranoia
dat wordt tentoongesteld door de Caribische Stalin zijn in de hele
anarchistische pers in de hele wereld opgenomen. Castro’s demagogie bedriegt
nu alleen zijn onvoorwaardelijke fans of degenen die vasthouden aan de mythe
om zich te verontschuldigen van hun eigen afwending van revolutie.

El Libertario: Je bent betrokken bij het zogenaamde GALSIC. Waar gaat deze
organisatie over en wat zijn diens doelen?

Octavio Alberola: Ja, ik ben een van de ondersteuners van de organisatie en
ik dien bij het team achter de GALSIC in Frankrijk. In werkelijkheid is de
Ondersteunende Groep voor Libertairen en Onafhankelijke Vakbondsleden in
Cuba (GALSIC) een informele groep. Wat betekent dat het geen vaste
organisatorische structuur heeft, maar werkt als een soort van toevallig
coördinerend lichaam voor het delen van informatie en bevordering van
initiatieven ter ondersteuning van de Cubaanse libertairen en vakbondsleden
in hun gevecht tegen de Castro dictatuur. Vandaar dat GALSIC’s activiteiten
in essentie geconcentreerd zijn op de publicatie en distributie van het
bulletin CUBA LIBERTARIA (in het bijzonder via het Internet).

Het oorspronkelijke idee was om een internationale paraplu op te zetten die
al de libertaire organisaties vertegenwoordigde, om zo concrete solidariteit
voor Cubaanse libertairen en onafhankelijke vakbondsleden mogelijk te maken.
Maar hoewel er wereldwijde steun was voor dat idee bleek het onmogelijk te
zijn om het uit te voeren. Niettemin helpt iedereen bij het verspreiden van
het bulletin Cuba Libertaria. Op dit moment is het essentiele punt dat deze
solidariteitsimpuls zou moeten worden versterkt en dat anarchisten zich met
elkaar aaneen zouden moeten sluiten om dat doel te bereiken. Dat wil zeggen:
om hun aanwezigheid voelbaar te maken en te laten zien dat wij anarchisten
de strijd voor vrijheid en menselijke emancipatie niet opgeven, in Cuba of
waar dan ook.

El Libertario: Zijn er centra van verzet op het eiland die niet zijn
verbonden aan VS invloed? Zijn er redenen te denken dat er anarchistische
groepen binnen Cuba actief zijn?

Octavio Alberola: Natuurlijk zijn er centra van verzet en ontevredenheid in
Cuba die geen banden hebben met de invloed en belangen van de regering van
de VS. Er kan zelfs worden gesteld dat deze soort van ontevredenheid de
meerderheid is, hoewel het het minste aandacht krijgt van de media. Dat is
begrijpelijk: noch de Castro aanhangers noch de VS regering hebben enige
reden om te willen dat deze ontevredenheid groeit en een aanwezigheid in de
media krijgt. Het komt beiden goed uit om de overtuiging overeind te houden
dat de enige oppositie tegen Castro komt van de rechtse ballingen in Miami,
en ze sparen geen inspanning of middel om die overtuiging te ondersteunen.

Het geld dat Bush heeft beloofd om “de overgang naar democratie in Cuba te
helpen” zal exclusief worden gestuurd naar de reactionaire factie die niks
geeft om het lot van het Cubaanse volk. En de regering van Castro zal
natuurlijk alleen praten over dit soort van ontevredenheid. Zowel op het
eiland als in ballingschap zijn er dissidenten groepen die zowel de Castro
dictatuur als het VS imperialisme afwijzen. Groepen die zich keren tegen het
staatskapitalisme van Castro evenals tegen het kapitalisme in al diens
vermommingen, of ze nu neo-liberaal of archaïsch zijn.

Veel van de onafhankelijke vakbondsleden weten dat het hun hoofdmissie zal
zijn op de vakbonden opnieuw op te bouwen om in de toekomst te strijden
tegen het andere gezicht van uitbuiting – privaat kapitalisme. Wat net zo
woest zal zijn als het heeft laten zien in de landen die van communistisch
totalitair naar kapitalistische democratie zijn overgegaan. En des te meer
omdat dit nieuwe kapitalisme het product zal zijn van een alliantie tussen
buitenlands kapitaal en de bureaucratische coterieën die nu in Cuba de macht
hebben.

De aanwezigheid van anarchistische groepen op het eiland is iets dat we nu
niet kunnen verifieren. De brutaliteit van de repressie en het gebrek aan
media middelen van de Cubaanse libertairen stellen zeker dat ze niet verder
kunnen kijken dan het in stand houden van enkele persoonlijke contacten.
Echter, we kunnen voorzien dat, zoals elders gebeurde toen communistische
dictaturen werden afgeschud, het ontstaan van libertaire groepen en
vakbonden kan worden verwacht en dat dit zeer waarschijnlijk het geval zal
zijn met meer huidige vormen van anti-autoritaire organisaties.

El Libertario: Vanuit het GALSIC platform hebben jullie een “Breng een boek
naar Cuba” campagne bevorderd. Waar ging dat over? Wat zijn de mogelijkheden
voor anarchisten in het uiten van hun solidariteit met het Cubaanse volk?

Octavio Alberola: De “Breng een boek naar Cuba” campagne was oorspronkelijk
een voorstel van de zogenaamde Onafhankelijke Bibliotheken en we gebruikten
het GALSIC platform om libertaire kameraden die naar Cuba gingen aan te
moedigen boeken te brengen naar deze bibliotheken; boeken over de
geschiedenis van vormen van sociale strijd, over ervaring met zelfbestuur,
over de collectieven tijdens de Spaanse burgeroorlog.

Het punt was om zeker te stellen dat Cubanen gingen lezen wat de bestaande
autoriteiten bij ze vandaan houden. De mogelijkheid bestaat dat onder de
promotors van de Onafhankelijke Bibliotheken mensen zijn die handelen met
religieuze of politieke motieven en dat een mate van ideologische censuur
ook in hun bibliotheken zou kunnen bestaan; maar we zijn er van overtuigd
dat dit niet de belangen van de overgrote meerderheid van hen zijn. Dit is
ongetwijfeld een vorm van passief verzet (hoewel een zeer actieve vorm er
van) tegen de censuur die wordt opgelegd door de Castro dictatuur. Het
gegeven dat ze Cubanen die geïnteresseerd zijn gratis de kans geven om
boeken te lezen die niet te vinden zijn in de officiële bibliotheek systemen
of dat de meerderheid van de Cubanen er niet toegang toe kan krijgen is op
zichzelf een loffelijk streven, en we zouden door moeten gaan met het
bijdragen aan de literatuur die alle (politieke, economische en religieuze)
autoriteiten zullen proberen te censureren.

Het is duidelijk dat dit niet het enige middel is om solidariteit met het
Cubaanse volk te tonen, in de moeilijke omstandigheden van nu. Zo ver als we
kunnen zullen we aanzetten tot de veroordeling van alle maatregelen die het
dagelijkse bestaan van het Cubaanse volk kunnen beïnvloeden – of ze nu
afkomstig zijn van de Castro regering of van de VS regering. En natuurlijk
steunen we het sturen van directe hulp aan Cubanen in nood, waarbij
natuurlijk de officiële kanalen die zulke hulp in beslag nemen of het
gebruiken voor partijpolitieke bedoelingen worden vermeden. Hoewel we nog
steeds overtuigd zijn dat de beste manier om solidariteit te tonen is om het
bij iedere beschikbare gelegenheid te laten blijken door Castro’s repressie
van iedere vorm van ontevredenheid te verwerpen.

El Libertario: Er is veel speculatie over wat zal gebeuren als Fidel sterft.
Hoe zie je Cuba’s toekomst?

Octavio Alberola: Helaas, en in tegenstelling tot wat ik voor het Cubaanse
volk zou willen, is het vooruitzicht dat men objectief kan voorzien op dit
moment niet zo veelbelovend. Castro zal op een dag sterven, zoals we
allemaal moeten, zoals Franco stierf – en hij is langer aan de macht geweest
dan Franco. Het is waarschijnlijk dat het Castro regime diens “overgang”
naar het kapitalisme min of meer volledig zal voltooien en dat de terugkeer
naar de democratie niet plotseling zal komen. De belangen van de maffia in
Cuba en de maffia buiten het eiland zweren in die richting samen, zoals,
natuurlijk, de belangen van de VS regering en die van heel veel
multinationals, waaronder belangen van de Europese Unie, enz.

Natuurlijk, geen enkele van deze spelers wil de Castro dictatuur tot een
gewelddadig en radicaal einde laten komen, nog veel minder is het Cubaanse
volk in een positie om te proberen de echte sociale revolutie te laten
ontstaan die Castro kon breken. Het enige waarover nu wordt onderhandeld en
uit zal worden onderhandeld als de tijd komt, is hoe de macht en de rijkdom
van het eiland worden verdeeld samen met het eigendom dat nu in staatshanden
is – en waarover de nomenklatura van Castro en die in Miami ruzie maken of
waarover ze tot een soort van overeenstemming kunnen komen: net als gebeurde
in andere landen met soortgelijke regimes. De huidige machtsbalans
suggereert geen ander vooruitzicht.

Helaas, veertig jaren van dictatuur en communistische demagogie hebben wat
over was van de arbeidersbeweging en diens traditie van nadrukkelijke eisen
uitgewist, en berusting en verdeeldheid onder arbeiders opgelegd. Echter,
Cubaanse arbeiders zullen samen moeten komen en opnieuw strijden tegen het
private kapitalisme. Wat de reden is waarom we als een kwestie van urgentie
hen moeten helpen de historische gegevens van de arbeidersbeweging in Cuba
te herstellen, die het Castroisme zo nadrukkelijk niet vertegenwoordigde. En
zo gauw we daar toe in staat zijn moeten we hen helpen echte
klasse-gebaseerde onafhankelijke vakbonden opnieuw op te bouwen,
onafhankelijk van de staat en van enige politieke kracht die er naar zou
streven hun armoede te verergeren … de manier waarop de Castro autoriteiten
ze nu gebruiken. Ik geloof dat dit taak nummer 1 zal zijn als de strijd
tegen uitbuiting en overheersing moet worden voortgezet.

Uit: “El Libertario” (Venezuela), 2004.
----------------------------
Orig: (en) Cuba, History, interview with Octavio Alberola.


More information about the A-infos-nl mailing list