(nl) Communisme: wat betekent dit woord? (en)

a-infos-nl op ainfos.ca a-infos-nl op ainfos.ca
Do Jan 12 16:26:32 CET 2006


De termen socialisme en communisme verschenen in Engeland rond de jaren '20
van de 19e eeuw, als termen die werden gebruikt door leden van de
cooperatieve beweging die er genoeg van hadden te horen dat hun politiek
"Owenisme" werd genoemd. Oorsponkelijk werden de twee termen door elkaar
gebruikt, maar in de jaren '40 van de 19e eeuw werd communisme gebruikt door
revolutionairen, om zich te onderscheiden van reformisten zoals J.S. Mill
die het socialisme gebruikten om een onverteerbare puinhoop van reformismen te dekken.
In de jaren '70 van de 19e eeuw waren de termen verschoven van verschillende
middelen naar verschillende doelen. De Oxford English Dictionary merkt in de
bronnen op:

"Forster Diary 11 mei in T.W. Reid Life (1888) . Ik leer dat het grote
onderscheid tussen communisme en socialisme is dat de laatstgenoemde gelooft
in loon naar werken en de eerstgenoemde niet".

Het is deze betekenis van communisme, als tegenover het socialisme staande
stroming die zich in de late negentiende eeuw ontwikkelde, die dit artikel
bespreekt. Natuurlijk is het niet belangrijk te hechten aan een naam; voor
veel mensen is de beknopte definitie van communisme als iets dat met Marx en
de USSR te maken heeft degene die ze kennen. Voor ons is de naam van de
post-kapitalistische maatschappij die we helpen op te bouwen een detail,
waar het om gaat is de inhoud van de ideeën. Niettemin moeten we vanwege de
doelen van dit artikel een naam kiezen, dus houden we vast aan de
historische naam.

Dit is een samenvatting van een artikel dat de historische ontwikkeling van
het idee van communisme bespreekt, het kan worden gevonden op:
http://struggle.ws/wsm/rbr/extra/communism.html

Het begin

Zo lang de maatschappij opgedeeld is geweest in de bevoorrechten en de
uitgebuitenen is er verzet geweest en dat verzet heeft een stem en
uitdrukking gevonden in de taal van de onderdrukten die probeerden de weg
naar hun vrijheid te omschrijven. Communisme, echter, is het produkt van de
opkomst van de kapitalistische maatschappij en de nieuwe situaties van
onderdrukking en nieuwe mogelijkheden voor vrijheid die het bracht. De
invoering van het kapitalisme bracht de strijd om de macht met zich mee van
een nieuwe klasse die was buitengesloten van het bestuur van een
voor-kapitalistische agrarische maatschappij en de stem die ze ontdekten om
die strijd uit te drukken en te richten was politieke economie. Communisme
begint dan als de andere nieuwe klasse, het proletariaat of de
arbeidersklasse, probeert een stem te krijgen en in botsing komt met de
opkomende kapitalistische klasse en daardoor gedwongen is de stem van hun
tegenstander uit de weg te ruimen, te bestrijden. Aldus begint het
communisme als een vertoog als een reactie op de politieke economie.

William Thompson

Een van de eerste mensen die kritisch waren over de politieke economie en
probeerden het om te keren om de verbetering van de situatie van de
arbeidersklasse en stedelijke armen te verbeteren was de telg van een
Anglo-Ierse land bezittende familie uit West Cork met de naam William
Thompson. De jonge Thompson, geboren in 1775 in Cork, was een enthousiaste
aanhanger geweest van de verlichting, republikeins denken en de Franse
Revolutie. Hij werd later een leidende figuur in de cooperatieve beweging,
in radicale oppositie tegen Robert Owen.

In de jaren '20 van de 19e eeuw, woedend door het gebruik van de politieke
economie door een lokale "eminente spreker" om te pleiten voor de
veronderstelde noodzaak en het voordeel van de absolute armoede van de
"lagere ordes", stelde Thompson een onderzoek naar de politieke economie in,
wat leidde tot zijn "An Inquiry into the Principles of the Distribution of
Wealth Most Conducive to Human Happiness" van 1824. Zoals de lange titel
aangeeft was zijn aandacht, net als de politieke economen, ook gericht op de
effecten van de verdeling van de welvaart. Echter, zijn meetlat voor de
uitkomst was het utilitaristische "grootste goed voor het grootste aantal"
in plaats van de abstractie van de "rijkdom van de natie". Hij legde zich
toe op (politiek econoom) Bentham's drie principes voor het bepalen van de
verdeling - het recht op veiligheid, het recht op het produkt van de arbeid
en het recht om zich te onderhouden. Het recht om zich te onderhouden was
het principe van verdeling op basis van behoefte dat, in Bentham's
redenering, ondergeschikt moest zijn aan het recht op het produkt van de
arbeid, dat de prioriteit van de claim van de producent van het produkt van
zijn of haar eigen arbeid erkende. Bentham oversteeg beide met het recht op
veiligheid, d.w.z. dat het recht van het individu op zijn of haar bestaande
bezit moest worden verdedigd tegen willekeurige abstractie door de
maatschappij;  anders zouden alle midden tot lange termijn aansporingen tot
economische activiteiten teniet worden gedaan door de mogelijkheid dat alle
verworvenheden in de toekomst zouden kunnen worden weggenomen.

Thompson's eerste punt van kritiek was in te zien dat onder het mom van het
recht op veiligheid Bentham en de utilitaristen in feite de bestaande bezit
status quo verdedigden zonder enige belangstelling voor de legitimatie van
hoe deze verdeling van bezit was ontstaan. In Thompson's woonplaats West
Cork was het gemakkelijk in te zien dat het monopolie van land door de
Anglo-Ierse protestantse gegoede inwoners niet was bereikt met zuinigheid,
hard werken en spaarzame deugd, maar door militaire kracht. Verder toonde
Thompson aan dat de vormen van ruil tussen degenen zonder bezit en de
klassen die het monopolie hadden op bezit niet op een of andere manier
konden worden gezien als vrij of gelijk, aangezien degenen die niks bezaten
oneerlijke lonen moesten accepteren voor de verkoop van hun arbeidskracht,
onder druk van uitputting als het alternatief. Thompson ging verder met het
analyseren van het proces van uitbuiting van de loonarbeider door hun
werkgevers en hoe het leeuwendeel van het produkt door de laatstgenoemden
werd toegeëigend als surplus waarde, in een verslag dat later werd toegepast
door Marx.

Van hier af ging Thompson naar het voorstellen van een systeem van "vrije
ruil",  waarbij gelijke toegang tot land en de produktiemiddelen voor
iedereen gegarandeerd was, maar bij de verdeling kreeg het recht op het
produkt van de arbeid voorrang boven het recht om zich te onderhouden. Zoals
de anarchistische historicus Max Nettlau opmerkte "[Thompson's boek],
echter, onthult zijn eigen evolutie; terwijl hij was begonnen met een eis op
het volledige produkt van de arbeid evenals de regulering van de verdeling,
eindigde hij met zijn eigen overgang naar het communisme, dat wil zeggen
onbeperkte verdeling". Dat wil zeggen, terwijl hij een systeem had
voorgesteld dat gebaseerd was op het recht op het volledige produkt van de
arbeid, onderzocht hij het opnieuw en vergeleek het met een systeem van
gelijke verdeling, door de zelfde utilitaristische meetlat die hij had
gebruikt om de status quo af te wijzen en ontdekte, tot zijn verrassing, dat
het systeem van "vrije ruil" inferieur was aan dat van onbeperkte gelijke
verdeling. Bij het onderzoeken van het hypothetische systeem van "vrije
ruil" ontdekte hij zijn concurrerende aard - de term "concurrerend" werd in
feite door hem het eerst toegepast om kapitalistische ruil te omschrijven.
De kwaden die Thompson toeschreef aan het concurrerende systeem waren niet
alleen maar ethisch of moreel - dat het systeem er voor zorgde dat iedereen
alle anderen zou zien als rivalen of middelen tot een doel - maar ook in
termen van efficiëntie - dat concurrentie mensen zou aanmoedigen hun
vernieuwingen en ontdekkingen te verbergen en dat markt intelligentie ook
geheim zou worden gehouden, waardoor verspilling en inefficiëntie zouden
worden veroorzaakt.

Wat is Libertair Communisme?

Het is tijd te stoppen met het verhaal over het historisch ontstaan,
verdwijnen en opnieuw ontstaan van het libertair communisme om te
onderzoeken, in het abstracte, wat het is.

Een libertair communistische maatschappij is niet een
voor-kapitalistische -,  maar een na-kapitalistische maatschappij. Dat wil
zeggen, het is een maatschappij die economisch wordt overheerst door sociale
of cooperatieve produktie - er is een vergaande verdeling van arbeid waarbij
slechts een kleine minderheid van de arbeid wordt verricht in de basis
voedsel produktie en de meeste arbeid wordt verricht aan het produceren van
goederen of diensten die grotendeels door anderen worden geconsumeerd. In
samenhang hiermee is er een hoog niveau van communicatie en algemene
wetenschappelijke en technologische ontwikkeling. Wat het libertair
communisme onderscheidt van het kapitalisme is dat de levering van goederen
en diensten aan hun klanten wordt gedaan om hun behoeften en verlangens te
bevredigen en op geen enkele wijze verbonden is met of wordt beperkt door de
bijdrage van de consumenten aan het produktie proces. Er is geen geld of
lonen en produkten worden niet geruild voor geld of voor andere produkten
die van gelijke waarde worden geacht - of die waarde nu wordt gemeten in
werktijd die nodig is voor de produktie of enige andere tot nu toe nooit
bedachte maat.

Grof gezegd lijkt het voor degenen die gewend zijn aan de werking en de
logica van de kapitalistische maatschappij - en dat zijn we nu allemaal - op
het eerste gezicht een absurditeit of in ieder geval een onwerkbare droom.
Om het bestaan van libertair communisten te verklaren  is het daarom nodig
het volgende uit te leggen: Libertair communisten geloven dat het privé
bezit (van de produktiemiddelen), de klassen maatschappij, het geld en de
loon verhouding allemaal onderling verbonden aspecten van de kapitalistische
maatschappij zijn en de poging de maatschappij te veranderen door sommige
van deze aspecten af te schaffen terwijl andere behouden blijven - b.v. het
afschaffen van de klassen maatschappij en het privé bezit terwijl het geld
en het loon behouden blijven, zoals het socialisme voorstelt - slechts zal
leiden tot een onstabiele en gewelddadige tegenstrijdige puinhoop die alleen
kan leiden tot een terugval naar de verhoudingsgewijze stabiliteit van de
kapitalistische dynamiek, tenzij vooruit wordt gegaan naar een volledig
communisme. In andere woorden, libertair communisten geloven dat pogingen om
een na-kapitalistische maatschappij half te maken, zoals het socialisme
voorstelt, gedoemd zijn te eindigen als overgangsfasen, niet naar het
communisme, maar naar het kapitalisme - zoals in feite de historische
ervaring van de 20e eeuw heeft laten zien, in ieder geval wat betreft het
marxistische staatssocialisme. De libertair communistische kritiek op het
leninisme in alle onaangename 57 verschillende varianten is niet alleen dat
het niet libertair is, maar dat het niet communistisch is.

Op dat punt moeten we benadrukken dat we door de term libertair of
anarchistisch communisme onze oppositie aangeven tegen het misbruik van het
woord communisme door de staatssocialisten, niet dat we een alternatief
hebben gekozen voor autoritair - of staatssocialisme omdat deze
laatstgenoemde frasen tegenstrijdige termen zijn. De staat is voor het
uitoefenen van autoriteit, zelfs om te bestaan, afhankelijk van de loon
verhouding. Zonder betaalde medewerkers kan de staat niet macht uitoefenen,
zoals de Servische president Slobodan Milosevic ontdekte toen hij stopte met
het betalen van de lonen van de oproerpolitie die werd verondersteld de
demonstraties in de straten van Belgrado van andere onbetaalde arbeiders uit
de publieke sector te onderdrukken.

In deze zin is het communisme altijd libertair of anarchistisch, aangezien
de afschaffing van het loon de afschaffing van de verhouding van
bevelvoering, die de organen van staatsmacht zoals de politie, het leger en
de bureaucratie structureert, veroorzaakt.

Hoewel het falen van het staatssocialisme ruimschoots door de recente
geschiedenis is aangetoond, moeten we de kwestie van het voorgestelde
libertair socialisme opnieuw onderzoeken - een maatschappij waarin het land
en de produktiemiddelen in gemeenschapsbezit zijn gekomen, maar de produkten
van de arbeid in het bezit zijn van hun producenten en worden geruild voor
de produkten van anderen, op basis van gelijke ruil die wordt gemeten door
de werktijd die in hen is belichaamd. Het is de overtuiging van libertair
communisten dat zo'n systeem alle producenten in concurrentie met elkaar zou
brengen. Het systeem van ruil gebaseerd op werktijd voert de "produktiviteit
paradox" in - hoe langer je er over doet om een bepaalde output te
produceren hoe meer output van een ander je er voor kunt ruilen. Omgekeerd
is het zo dat hoe meer efficiënt je bent in het produceren van je output,
hoe minder je in ruil er voor krijgt. De produktiviteit paradox is dat
arbeid waarde inefficiëntie stimuleert en efficiëntie afremt. Dat is waarom
het kapitalisme het noodzakelijk maakt dat de promotie van efficiëntie wordt
gespecialiseerd als een management functie over en tegen de belangen van de
produktieve werkkracht. De wortels van het klassen conflict worden gevonden
in de produktiviteit paradox die direct voortkomt uit de ruil door werktijd
waarde zelf.

Het systeem van concurrentie van individuele belangen brengt ook de
negatieve effecten voort van mensen die elkaar zien als potentiële rivalen
in plaats van als bondgenoten, en hun bekrompen deelbelangen bevorderen in
plaats van het algemeen welzijn. Aldus hebben we artsen die worden betaald
om ziektes te behandelen, en het is niet verrassend dat ze weinig tijd
besteden aan het voorkomen van ziektes.

Maar veruit het grootste kwaad dat voortkomt uit het systeem van individuele
concurrentie - bellum omni contra omnes, de oorlog van allen tegen allen -
is de uitkomst die ons meest belangrijke sociale produkt, de maatschappij
waarin we leven, een vreemd onpersoonlijk "anders" wordt, dat geen van ons
controleert, maar waar we allemaal door worden gecontroleerd. Door allen
tegen allen te concurreren om ons kleine individuele deel van het sociale
produkt dat we bezitten te maximaliseren, verliezen we het eigenaarschap van
de maatschappij waarin we leven. Libertair communisten geloven dat het
verruilen van de magere delen van het sociale produkt dat we onder
kapitalistische verhoudingen hebben voor het bezit en de controle over de
richting van de gehele maatschappij die we maken, zal leiden tot een netto
vooruitgang voor allen, zowel materiaal als in termen van vrijheid.

Leuke woorden inderdaad, maar logischerwijze volgt er uit dat als het
verrruilen van individuele eigenaarsrechten over het produkt van de arbeid
voor het gemeenschapsbezit van een na-kapitalistische maatschappij zou
leiden tot een netto verlies voor allen of de meeste mensen, zou worden
getoond dat libertaire communisten het bij het verkeerde eind zouden hebben
en dat degenen die het kapitalistische gospel prediken dat het einde van de
geschiedenis is gekomen en dat de kapitalistische wereld waarachtig de beste
is van alle mogelijke werelden gelijk zouden krijgen.

Tot recentelijk werd dit door alle kanten gezien als een kwestie die niet
voorafgaande aan een revolutie kan worden geregeld - zonder het experiment
uit te voeren. Echter, in de laatste jaren hebben nieuwe ontwikkelingen
plaatsgevonden, zelfs binnen de huidige kapitalistische maatschappij, die
deze conceptie in twijfel trekken.

Voorbij de commune, gedecentraliseerde anarchie

Voordat we ons opnieuw bezighouden met een historisch verhaal om recente
ontwikkelingen te onderzoeken moeten we sommige andere aspecten van het
produktie proces onderzoeken, zowel zoals het is ontwikkeld onder het
kapitalisme als hoe kan worden verwacht dat het zich verder ontwikkelt onder
na-kapitalistische verhoudingen.

De eerste tendens is de toenemende de-territorialisatie van de produktie.
Daarmee bedoelen we de toename van het aantal velden van de produktie die
niet aan een specifieke plaats gebonden zijn. Voedsel produktie via de
landbouw is territoriaal of gebonden aan een specifieke plek. Het stuk land
dat je oogst  moet ook het stuk land zijn dat je eerder zaaide. Als gevolg
hiervan was voor de volkeren en de perioden van de geschiedenis waarin
landbouw voorziening de dominante wijze van produktie was het leven in of
bij het territorium van produktie voor het grootste aantal de norm. Deze
gevestigde landbouw gemeenschappen verenigden de sferen van produktie,
consumptie, reproductie en bijna alle sociale interactie binnen een enkele
ruimte. Deze grotendeels zelfvoorzienende en potentieel zelfbesturende
gemeenschap is een sociale vorm die gedurende eeuwen heeft bestaan in bijna
alle menselijke culturen in de wereld, tot aan de opkomst van het
kapitalisme in de laatste eeuwen. Als zodanig had het nog een machtige
invloed op de politieke verbeelding van anarchisten, niet minder dan de rest
van de verschillende progressieve tendensen van de late negentiende eeuw en
de vroeg twintigste eeuw. De Russische "Mir" beinvloedde Kropotkin's visie
over het libertair communisme, zoals de Spaanse, in het bijzonder
Andalusische, "pueblo" de visie van Isaac Puentes van de CNT beinvloedde.

Maar toen de produktieniveaus en hiermee samenhangende arbeidsverdeling
toenamen werd een groter en groter percentage uit de landbouw geduwd, uit de
situatie op het platteland en in stedelijke ruimtes. In het begin waren
sommige van deze niet landbouw vestigingen zelf gelegen rond
territoriaal-specifieke terreinen van produktie - mijnen, vis havens of
punten waar de rivier werd overgestoken. Dit geval wijst ons op een
belangrijk kenmerk - niet landbouw vestigingen brachten noodzakelijkerwijs
het bestaan van stromen van goederen en mensen met zich mee, al was het maar
om het voedsel dat ze niet kunnen produceren naar de stedelijke ruimtes te
brengen. In feite hadden agriculturele vestigingen al voor de ontwikkeling
van stedelijke ruimtes interactie nodig met marginale maar onmisbare
rondtrekkende groepen om hen goederen te brengen die ze onmogelijk ter
plekke konden produceren en om het media van communicatie van nieuws en
cultuur van ver weg te zijn. Ondanks de vaak diepe scheidslijnen van
onbegrip en wederzijds wantrouwen tussen gevestigde en rondtrekkende
gemeenschappen en de tendens van de numeriek superieure eerstgenoemden om de
laatstgenoemden niet mee te tellen of te "vergeten" om ze mee te tellen in
de notie van "produktieve maatschappij", zijn de twee lichamen beide
wederzijds afhankelijke elementen van het sociale geheel, ondanks de niet
territorium gebonden aard van de bijdrage van de rondtrekkende minderheden.

Toen de industrialisatie zich voortzette zette de creatie van grote
gecentraliseerde massale werkplekken met grote niet verplaatsbare fabrieken
het verschijnsel van territorium-specifieke produktie voort. In dit stadium
leefden de werkkrachten van grote molens of fabrieken in hun schaduw en de
werkkrachten liepen naar het werk. Industriële twistpunten waren buurt
kwesties.

Echter, aangezien de voortgaande specialisatie, onderverdeling en
verspreiding van de verschillende soorten van sociale produktie zijn
doorgegaan is het meer en meer duidelijk geworden dat een toenemende
hoeveelheid van de produktie niet territoriaal specifiek is. Dat wil zeggen,
veel werkplekken kunnen min of meer willekeurig van de ene naar de andere
plek worden verplaatst. Deze de-territorialisatie van de produktie is vooral
opvallend voor degenen die betrokken zijn bij niet-materiële produktie -
b.v. de produktie van informatie en communicatief werk, een steeds
belangrijkere sector van sociale produktie. Communicatie is een noodzakelijk
deel van ieder sociale produktie proces en zo lang directe communicatie geen
concurrentie ondervond, in termen van kosten en effectiviteit, had de
werkplek de onvervangbare rol van het fysieke punt van samenkomst voor die
communicatie. Recentelijk, met vooruitgang in telecommunicatie hebben we het
ontstaan gezien van het uiteindelijke niet territorium gebonden sociale
produktie proces - een die helemaal niet langer een "werkplek" heeft waar de
medewerkers samen moeten komen.

Echter, een sociale sfeer blijft territoriaal specifiek voor de gevestigde
bevolking die een meerderheid vormt - de huiselijke sfeer, waar we wonen.
Wat is veranderd is dat deze huiselijke en reproductieve sfeer niet langer
direct aansluit op een produktieve sfeer. In een gegeven stedelijke buurt
zullen de bewoners betrokken zijn bij veel diverse produktie rollen, op veel
verschillende werkplekken komen of helemaal geen vaste werkplek hebben. In
overeenstemming hiermee zullen in de statische werkplekken de arbeiders uit
veel verschillende buurten komen. Anders dan de stedelijke commune is er
niet langer een enkelvoudig verenigend punt van samenkomst waar over alle
kwesties die de produktie, consumptie en reproductie bepalen direct kan
worden beslist door degenen die er mee te maken hebben. Als mensen deel
willen nemen aan de besluiten waardoor ze worden beinvloed moeten ze een
aantal verschillende communicatieve vergaderingen bezoeken, ieder met
verschillende groepen aangesloten mensen. Dit element van decentralisatie
zegt uiteindelijk vaarwel tegen het ideaal van de "commune" als de
voornaamste sociale vorm waarmee de maatschappij opnieuw kan worden
opgebouwd. De oude federalistische visie van een geordende boom-achtige
structuur van besluitvorming van het lokale naar het globale - democratisch
bestuurd van onderop, in plaats van autocratisch van bovenaf - moet nu
worden vervangen door een veelvoud van met elkaar verbonden maar aparte
netwerken zonder een overheersend centrum. De commune is dood, lang leve de
commune!

Gratis software en intellectueel bezit

We zouden nu van het abstracte moeten gaan naar de historische
ontwikkelingen in de echte wereld die we eerder noemden, die aannames over
de mogelijkheid van het doen van enige praktische tests van de effectiviteit
van produktie vrij van kapitalistische beperkingen aan deze kant van een
revolutie onmogelijk maken. In feite is zo'n praktische ervaring al een
aantal jaren bezig, niet op aandringen van enige anti-kapitalistische of
revolutionaire beweging, maar als een reactie op de daden van
kapitalistische bedrijven op het terrein van software ontwikkeling. De
uitbreiding van de gratis software en open bron bewegingen is een verhaal op
zichzelf en een dat nog heel sterk in het proces van geschreven worden zit.
Een aantal boeken zijn al verschenen door media en academische commentatoren
die worstelen met het verklaren van de verschijnselen en in het bijzonder om
de aspecten ervan die de gevestigde waarheden van de kapitalistische
economie het meest hebben verrast en verstoord.

In het kort is de gratis software beweging het produkt van duizenden
software schrijvers of hackers die zonder betaling samenwerken om geheel
nieuwe systemen van software te ontwikkelen die in het bezit van de
producenten zijn, maar het gemeenschappelijk bezit van allen zijn. In weinig
meer dan 10 jaar heeft een geheel vrijwillig en onbetaald netwerk van
producenten consumenten een werkend systeem geproduceerd - GNU/Linux - dat
niet alleen vergelijkbaar is met, maar in veel aspecten superieur is aan het
vlaggenschip commercieel produkt van het meest succesvolle hi-tech bedrijf
van het wereldwijde kapitalisme - Microsoft. Gegeven de korte duur die de
gratis software beweging voor dit resultaat nodig heeft gehad,  vergeleken
met de decennia die Microsoft heeft besteed aan het produkt, en het feit dat
de onbetaalde hackers dit werk hebben gedaan in hun vrije tijd,  heeft de
zaak voor de relatieve efficiëntie van onbetaalde, vrij van bezit opeisende
produktie al een sterk openingsargument gemaakt.

Zoals je zou mogen verwachten hangt de verklaring voor deze nieuwe
resultaten samen met specifieke kenmerken van het object van produktie,
computer software. Om te zien wat er anders is kunnen we een tegen voorbeeld
nemen, zeg een auto. Conceptueel gezien kunnen we de produktie van een auto
opsplitsen in twee verschillende produktie processen. De eerste is de
produktie van een ontwerp voor de auto, de tweede is de produktie vanaf dat
ontwerp. In de wereld van de massa produktie zoals de auto produktie
overheerst het fysieke produkt - de echte auto - het ontwerp voor dat model
auto. Dat wil zeggen dat de kosten van het fabriceren van de fysieke delen
voor iedere individuele auto veel meer van belang zijn dan de kosten van het
geheel van de lonen van de ontwerpers. In die mate, dat het economisch
gezien zin heeft voor een auto bedrijf om een ingenieur gedurende twee jaar
te laten werken om een stuiver van de produktiekosten van een plastic
omhulsel dat hoort bij een auto lamp af te halen (echt voorbeeld).

In volledige tegenstelling hiermee zijn bij de computer software de kosten
van het creëren van een individuele kopie van een software produkt en het
verspreiden ervan naar de gebruiker zo verwaarloosbaar in verhouding tot de
inspanning om het oorspronkelijke ontwerp te produceren dat we kunnen zeggen
dat het ontwerp of prototype het produkt is. Dit is belangrijk omdat het
betekent dat de arbeidskosten van het produceren van software grotendeels
onveranderlijk zijn, of het produkt nu wordt verspreid naar 10, 1000 of
1.000.000 gebruikers. Dit heeft een belangrijke gevolgtrekking - het is
onmogelijk software te ruilen voor een produkt met gelijke arbeidswaarde.
Stel dat een enkele hacker 30 dagen besteedt aan het produceren van een
gegeven software, het dan verspreidt naar 30 eind gebruikers tegen het
equivalent van het loon van een dag per stuk. Dit heeft de schijn van ruil,
maar stel je voor wat er gebeurt als de hacker de zelfde software dan
verspreidt naar nog eens 30 gebruikers tegen de zelfde voorwaarden, en dan
nog eens 300, dan een verdere 300.000?

Er is een verder verschil tussen de auto en het stuk software. Als een fout
wordt gevonden aan een auto en het wordt gerepareerd moeten al de anderen
bestaande auto's van dat model individueel worden gerepareerd. Echter, met
een stuk software kan iedere gebruiker die een fout ontdekt en/of repareert
in hun kopie van die software deze reparatie of verbetering dan bijna zonder
kosten delen met de hele gemeenschap van gebruikers en ontwikkelaars van
deze software. Het is dit vermenigvuldigende effect dat helpt het
samenwerkende proces van gratis software zo produktief te maken. Iedere
extra gebruiker is een potentiële toevoeger van waarde (in de zin van nut)
voor het produkt en de communicatieve feedback tussen ontwikkelaars en
gebruikers is een belangrijk deel van het produktie proces.

Er is een tweede barriere voor het opnemen van software produktie in een
schema van arbeidswaarde. Dat is het niet in goederen kunnen omzetten van
oorspronkelijke of creatieve arbeid. Met het omzetten in goederen bedoelen
we de mogelijkheid om een gegeven te kopen voorwerp om te zetten in een
niveau van ruilbaarheid, waarbij een gegeven volume gelijk is aan ieder
ander gegeven volume van het zelfde ding. Aardappelen zijn in een goed om te
zetten, grofweg gezien kan een vijf kilo zak aardappelen worden geruild voor
een andere zak zonder enige verandering in de uitkomst. De logica van veel
kapitalistische produktie is om arbeid om te zetten in een goed, waarbij de
output van een gegeven aantal arbeiders vergelijkbaar is met het zelfde
aantal van een andere groep arbeiders. Echter, dit proces stort ineen als de
output centraal afhangt van individuele oorspronkelijke creativiteit.
Ingezien wordt dat de produktiviteit van de meest begaafde hackers zodanig
veel hoger is dan die van middelmatige of gemiddeld competente hackers dat
een begaafde hacker in enkele weken kan bereiken wat een groot team van
slechts gemiddelde hackers niet in maanden zou kunnen produceren.

Het is deze mogelijkheid om uit te blinken dat een deel van de motivatie
vormt voor de kern van produktieve medewerkers van de gratis software
beweging om mee te doen. Niet minder dan het beklimmen van bergen of het
rennen van marathons is iets goed doen een motivatie op zichzelf, in het
bijzonder in een maatschappij waarin onze situaties van betaald werk ons
dwingen dingen te doen op manieren die ver beneden wat we kunnen liggen. Er
is een gezegde binnen de gratis software gemeenschap dat "mensen de banen
zullen doen waar ze belangstelling voor hebben". Maar de banen waar mensen
belangstelling voor hebben zijn vaak degenen die hun individuele krachten
mobiliseren. Bevrijd van de beperkingen van ruil zijn mensen vrij om de
bepaalde lijnen van activiteiten uit te zoeken dat ze de "gemiddeld sociaal
noodzakelijke arbeidstijd"  in zo'n mate voorbij kunnen streven dat zo'n
schatting kan worden gemaakt. Natuurlijk zal, als genoeg medewerkers in een
collectief arbeidsproces er in slagen dit succesvol te doen,  het hele
proces duidelijk veel beter gaan dan enig beloond proces.

Als al de bovenstaande kenmerken die ontstaan in het relatief nieuwe veld
van software produktie en het zelfs meer recente verschijnsel van de gratis
software beperkt zouden zijn tot die sfeer alleen, dan zouden ze een
boeiende zaak vormen, maar weinig meer. Echter, veel van de speciale
kenmerken van software - b.v. de verhouding tussen het enkelvoudige ontwerp
of patroon en potentieel onbeperkt kopiëren en verspreiding tegen lage of
geen kosten - worden ook toegepast in veel andere "intellectuele" produkten
zoals culturele uitingsvormen zoals boeken, muziek en films en de uitkomsten
van wetenschappelijk en academisch onderzoek, nu computers en het internet
ze hebben bevrijd van de materiële media van papier, vinyl en celluloid. Het
gehele terrein van produkten dat wordt gedekt door zogenaamde "intellectuele
eigendomsrechten" is net zo moeilijk om te zetten in een "rechtvaardige"
ruilwaarde. Verder is het aandeel van economische activiteit die betrokken
is bij de produktie van deze niet-materiële produkten steeds aan het
groeien, in die mate dat het de meerderheid sector wordt in de
grootstedelijke gebieden in de kapitalistische wereld.

Deze tendens zal natuurlijk niet automatisch radicale sociale verandering
veroorzaken, maar de tegen tendensen ervan - de groei van ruil vrije
produktieve netwerken en de steeds directere toëeigening van intellectuele
consumptie produkten zoals muziek, films, software en teksten door gratis
online delende netwerken - zal de strijd om kapitalistische intellectuele
eigendomsrechten te verdedigen tot een betwist strijdterrein maken. In de
strijd om intellectuele eigendomsrechten uit te breiden en te verdedigen
zullen de kampioenen van het kapitalisme, zowel juridisch als in praktische
zin, de ken van de rechtvaardiging van de ideologie van ruil - die van
arbeidswaarde - ondermijnen.

De rol van libertair communisten is op veel manieren onveranderd - mee te
doen aan de huidige dynamiek van klassenstrijd en tegelijkertijd een
toekomst voorbij kapitalistische verhoudingen bevorderen. Nu hebben we
echter het voordeel dat na-kapitalisme ruil vrije produktie processen van
samenwerking niet langer hypothesen zijn, maar werkelijkheid zijn. In
tegenstelling hiermee zijn het de theorieën van de orthodoxe "a-politieke"
economische verdedigers van het kapitalisme dat mensen nooit genoeg sociaal
nuttige goederen zullen produceren zonder de stimulans van geld waarvan
wordt aangetoond dat ze een lege hypothese is - een valse god.

Door Paul Bowman.

Je kunt commentaar leveren op de lange versie van dit artikel op

http://www.anarkismo.net/newswire.php?story_id=1555

What is communism?

Het volledige artikel waarvan een samenvatting verschijnt in Red And Black
Revolution nr. 10. "Natuurlijk is het niet belangrijk vast te houden aan een
naam, voor veel mensen is de definitie van communisme dat iets te maken
heeft  met Marx en de USSR de enige definitie die ze kennen. Voor ons is de
naam van de na-kapitalistische maatschappij die we helpen op te bouwen een
detail, waar het om gaat is de inhoud van de ideeën."

Dit artikel komt uit Red & Black Revolution (nr. 10, herfst 2005).

Deel van de bladzijden van de Workers Solidarity Movement.

Orig: (en) Communism: What's in a word?


More information about the A-infos-nl mailing list